Regelgeving
Regels voor steigers in Nederland: wat het Arbobesluit vraagt en wat de branche invult
Een aparte steigerwet bestaat in Nederland niet. Het Arbobesluit stelt het doel, het A-blad Steigerbouwen uit de Arbocatalogus bouw en infra vult het in, en de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft op allebei. Hieronder staat per onderwerp welk artikel of welke afspraak geldt, met de bron erbij.
Door Ole Emil Frikstad Urstad · Zo worden de cijfers berekend (in het Engels) ·

Welke regels gelden voor een steiger in Nederland?
Het Arbobesluit: valgevaar vanaf 2,5 meter en leuningen tot minstens 1 meter (art. 3.16), een berekening tenzij de steiger een erkende standaardconfiguratie volgt, opbouw onder leiding van een bevoegd persoon (art. 7.23b) en controle door een deskundige vóór gebruik en na elke wijziging (art. 7.34). Het A-blad Steigerbouwen werkt dat uit voor de praktijk.
Waarom is er geen aparte steigerwet?
De Arbeidsomstandighedenwet is een kaderwet. Het Arbobesluit bevat doelvoorschriften: wat bereikt moet worden, niet hoe. Hoe een sector dat doel haalt, leggen werkgevers- en werknemersorganisaties samen vast in een arbocatalogus. Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie toetst de inspectie nieuwe en gewijzigde catalogi; daarmee krijgen de afspraken een juridische status, en bij een inspectie geldt de catalogus als referentie voor de handhaving.
Voor steigers is dat het A-blad Steigerbouwen van Volandis. Het voegt de vroegere A-bladen Veilige steiger en Steigerbouw samen, kan deel uitmaken van de Arbocatalogus bouw en infra en vormt één geheel met de Richtlijn Steigers. Voor ontwerp- en uitvoeringscriteria verwijst het A-blad naar die Richtlijn zelf. Het A-blad volgt de levensloop van een steiger in vier fasen: werkvoorbereiding, montage en aanpassing, gebruik en demontage.
Welke artikelen uit het Arbobesluit raken de steiger?
De steigerbepalingen staan verspreid over drie hoofdstukken. Paragraaf 2b van hoofdstuk 7 (werk op hoogte) loopt van artikel 7.23 tot en met 7.23d; een artikel 7.23e bestaat niet.
| Artikel | Onderwerp | Wat er staat |
|---|---|---|
| 2.27 | Melding bouwwerk | Melden bij de toezichthouder als het werk meer dan 30 werkdagen duurt met meer dan 20 werknemers tegelijk, of meer dan 500 mensdagen kost |
| 2.28 | V&G-plan | Verplicht bij bijzondere gevaren of bij een meldingsplichtig bouwwerk |
| 3.16 | Voorkomen valgevaar | Valgevaar in elk geval vanaf 2,5 meter, bij openingen in vloeren of risicoverhogende omstandigheden; leuningen beveiligen tot minstens 1 meter boven het werkvlak |
| 7.23 | Tijdelijk werk op hoogte | Collectieve beveiliging gaat voor persoonlijke; een leuning wordt alleen onderbroken bij een ladder- of trapopgang; wie een leuning tijdelijk weghaalt, zorgt eerst voor vervanging |
| 7.23b | Steigers | Berekening, montage-, demontage- en ombouwschema, ondersteuning, vloeren, markering van niet-gereede delen en de opleiding van monteurs |
| 7.34 | Steigers op de bouwplaats | Controle door een ter zake deskundige, niet overbelasten, verrijdbare steigers vastzetten |
Artikel 7.23 lid 11 voegt een regel toe die vaak vergeten wordt: tijdelijk werk op hoogte gebeurt alleen als het weer de veiligheid van de werknemers niet in gevaar brengt.

Hoe hoog moet een leuning op een steiger zijn?
Artikel 3.16 lid 3 noemt hekwerken en leuningen doelmatig als ze tot minstens 1 meter boven het werkvlak tegen vallen beschermen, of voldoen aan de eisen voor vloerafscheiding uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een maat voor de knieleuning of de kantplank staat niet in het artikel. Het A-blad vult het in: de opleveringschecklist (bijlage 5) vraagt of leuningen en kantplanken zijn aangebracht en of de afstand tussen werkvloer en gevel maximaal 15 centimeter is, en een gebruiker herkent een bruikbare steiger onder meer aan dubbele leuningen (heupleuning en knieleuning).
Tijdens de montage zelf werkt de branche met voorloopleuningen, die een vloer beveiligen tot de definitieve leuning staat. Het A-blad begrenst het gewicht: door één persoon geplaatst hoogstens 23 kg, door twee personen hoogstens 46 kg. Bij slaghoogten boven 2,20 meter is een hulpvloer van minstens 60 centimeter breed nodig, omdat de monteur anders niet ver genoeg reikt.
Wanneer heeft een steiger een berekening nodig?
Artikel 7.23b lid 1 eist een sterkte- en stabiliteitsberekening als die voor de gekozen steiger niet beschikbaar is of de configuratie er niet in voorzien is, tenzij de steiger volgens een algemeen erkende standaardconfiguratie wordt opgebouwd. Voor standaardconfiguraties uit de Richtlijn Steigers volstaat volgens het A-blad een verwijzing naar die Richtlijn; bij een standaardconfiguratie van de fabrikant vervult de fabrikant of leverancier de rol van constructeur.
Het A-blad deelt steigers in vier moeilijkheidsgraden in. Afwijkende configuraties moet een constructeur van minimaal hbo-niveau beoordelen. Als complex gelden onder meer:
- een steiger hoger dan 24 meter vloerhoogte,
- een slaghoogte groter dan 2,20 meter,
- staanderafstanden groter dan 2,60 meter,
- vloerverbreding met uitbouwconsoles,
- een gevelsteiger breder dan 1,60 meter (zonder console),
- een vloerbelasting boven 3 kN/m²,
- een beklede steiger (zeilen, netten, krimpfolie), een steiger waaraan een lift is verankerd, en hijswerk met een last boven 200 kg.
Eén uitbouwconsole of een vak breder dan 1,60 meter maakt van een gewone gevelsteiger dus al een configuratie die een constructeur moet zien. Bijlage 4 van het A-blad koppelt elke graad aan het minimale tekenwerk en aan wie de steiger mag opleveren: bij graad 1 en 2 minimaal een eerste monteur, bij graad 3 een voorman.
Wie mag een steiger opbouwen?
Artikel 7.23b lid 9 laat opbouwen, afbreken en ingrijpend veranderen alleen toe onder leiding van een bevoegd persoon en door werknemers met een toereikende en specifieke opleiding. Die opleiding richt zich op zes punten: het montageschema begrijpen, veilig monteren en demonteren, vallende personen en voorwerpen voorkomen, wisselend weer, de toelaatbare belasting en elk ander risico van de klus. Lid 10 bepaalt dat de leidinggevende en de monteurs het schema met de instructies bij zich hebben.
Het A-blad noemt de bevoegde persoon de toezichthouder steigerbouw. Sinds 1 januari 2017 verwacht het van iedereen die steigers monteert een door overheid en branche erkend diploma op mbo-niveau of een branchecertificaat onder persoonscertificering, met eindtermen per functie:
| Functie (A-blad) | Rol |
|---|---|
| Hulpmonteur steigerbouw | Assisteert, eenvoudige (de)montage onder verantwoordelijkheid van anderen |
| Monteur steigerbouw | Monteert zelfstandig steigers met een lage moeilijkheidsgraad, zwaardere alleen onder toezicht van minimaal een eerste monteur |
| Eerste monteur steigerbouw | Organiseert het werk van de ploeg; bij het steigerbouwen is er altijd één aanwezig |
| Voorman steigerbouw | Leidt meerdere ploegen, controleert en draagt steigers met een hoge moeilijkheidsgraad over |
| Inspecteur steigerbouw | Inspecteert steigers |
In het mbo zijn er twee kwalificaties: Monteur steigerbouw op niveau 2 en Eerste monteur steigerbouw op niveau 3. Alleen die laatste heeft als kerntaak het controleren, overdragen en vrijgeven van steigers voor gebruik.
Daarnaast vragen opdrachtgevers vaak een VCA-diploma. Dat is geen wettelijke eis, maar volgens SSVV heb je B-VCA meestal nodig als je voor een aannemer werkt, en VOL-VCA is bedoeld voor operationeel leidinggevenden; een VCA-diploma is tien jaar geldig.
Wat is een steigerkaart, en wie geeft de steiger vrij?
De steigerkaart, in de branche ook scafftag genoemd, hangt in een weerbestendige houder bij de ladderopgang, en bij meerdere opgangen bij elke opgang. Zolang de steiger in opbouw is, ontbreekt de kaart en toont de houder een tekst als "Niet betreden, steigerwerkzaamheden in uitvoering". Een niet gebruiksklare steiger wordt volgens artikel 7.23b lid 8 gemarkeerd en fysiek afgezet.
Is de steiger klaar, dan volgt de oplevering aan de opdrachtgever met de checklist uit bijlage 5 van het A-blad: verankeringen volgens tekening of standaardconfiguratie, alle vloeren dicht, leuningen en kantplanken aanwezig, liftstopplaatsen volgens tekening. Het A-blad is daarover streng: een bedrijf mag de lijst aanvullen, maar de genoemde punten moeten altijd worden beoordeeld. Wordt één vraag met nee beantwoord, dan mag de steiger niet worden gebruikt tot de afwijking is verholpen. De periodieke checklist noemt de belasting per klasse volgens NEN-EN 12811-1: klasse 2 is 1,5 kN/m², klasse 4 is 3 kN/m². Die waarde geldt per werkvloer, niet voor de hele steiger.
Hoe vaak moet een steiger gekeurd worden?
Artikel 7.34 lid 1 noemt geen vaste termijn, wel momenten. Een ter zake deskundige controleert de constructie regelmatig, en in elk geval vóór ingebruikneming, na elke wijziging, na een periode zonder gebruik, na abnormale weersomstandigheden en na elke andere gebeurtenis die de veiligheid kan aantasten. Lid 2 verbiedt overbelasting en vraagt lasten zo gelijkmatig mogelijk te verdelen.
Het A-blad maakt "abnormaal weer" concreet: na windkracht boven 8 Beaufort (vanaf 20,8 m/s) worden de getroffen steigers geïnspecteerd, net als na een aanrijding, ontploffing, brand of beving. De uitkomst gaat op de checklist en eventueel op de steigerkaart, zodat de inspectie later aantoonbaar is. Gebreken worden zo snel mogelijk hersteld; het betreffende deel is zolang buiten gebruik.
Het A-blad noemt ook een grens voor het gebruik: bij windkracht vanaf 8 Beaufort, onweer en bliksem, hevige sneeuwval, hagel of ijzel moet de steiger zo snel mogelijk worden verlaten. Het A-blad zet daar zelf twee windsnelheden bij: meer dan 17,2 m/s bij het verlaten, vanaf 20,8 m/s bij de inspectie.
Wat doet de Nederlandse Arbeidsinspectie bij valgevaar?
De inspectie schrijft op haar pagina over rolsteigers dat vallen van hoogte veruit het grootste ongevalstype in de bouw is, en dat bij valgevaar tijdens een inspectiebezoek onherroepelijk een boete volgt en het werk wordt stilgelegd. De bevoegdheid daarvoor staat in artikel 28 van de Arbowet: een toezichthouder kan werk laten staken als dat naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar oplevert. Bij herhaling kan artikel 28a een stillegging tot drie maanden opleggen.
Wat de inspectie in zo'n geval vaststelt, laat een zaak uit 2020 zien. Bij demontage van een steiger in Heusden viel een werknemer ongeveer vier meter en overleed. Volgens het Openbaar Ministerie stelde de Arbeidsinspectie vast dat de steiger niet was opgebouwd door bevoegde en opgeleide werknemers, niet volgens de gebruiksaanwijzing, en zonder leuningen of vergelijkbare voorzieningen. Het OM eiste in maart 2023 een geldboete, deels voorwaardelijk met drie jaar proeftijd; een uitspraak hebben we niet gevonden.
Gebeurt er een ongeval met ziekenhuisopname, blijvend letsel of de dood, dan meldt de werkgever dat direct bij de inspectie; een dagopname van enkele uren telt al als ziekenhuisopname, zo staat op de pagina over arbeidsongevallen.
Wat moet de opdrachtgever regelen?
De steiger begint niet bij de steigerbouwer. Het A-blad vraagt een Werkplan Steigers met een inventarisatie van de gebruikers, hun eisen en het ontwerp, de logistiek en de (de)montage, en wijst erop dat er vaak meer aandacht is voor de kosten van de steiger dan voor de eisen waaraan hij moet voldoen. De opdrachtgever stelt in de ontwerpfase een coördinator aan; de Arbeidsinspectie vraagt daarnaast een voorlichtingsbijeenkomst bij de start, die ook voor collega's uit het buitenland begrijpelijk moet zijn. Wie de gevelmaten al heeft, kan met de hoeveelheidsgids vooraf inschatten hoeveel vakken en vloeren het plan omvat. Wat zo'n steiger kost, staat in wat kost een steiger.
Waar past ScaFix?
ScaFix tekent leuningen, kantplanken en vloeren per slag voor veel steigersystemen, zodat het Werkplan Steigers met hoeveelheden begint; het montageschema van artikel 7.23b lid 2 en de keuring van artikel 7.34 blijven werk van de bevoegde persoon en de deskundige.
Dit is planningsinformatie, geen constructieve goedkeuring en geen juridisch advies. Beslissend zijn de tekst van het Arbobesluit op wetten.overheid.nl, het A-blad Steigerbouwen met de Richtlijn Steigers, de montagehandleiding van de fabrikant en, buiten de standaardconfiguratie, de berekening van een constructeur. Vóór ingebruikneming controleert een ter zake deskundige de steiger (art. 7.34).
Veelgestelde vragen
Hoe hoog moet een steigerleuning zijn?
Minstens 1 meter boven het werkvlak volgens artikel 3.16 lid 3 van het Arbobesluit. De maten van knieleuning en kantplank haal je uit de handleiding van het systeem; de A-blad-checklist vraagt dat leuningen en kantplanken aanwezig zijn.
Bij welke windkracht moet je van de steiger af?
Volgens het A-blad Steigerbouwen vanaf windkracht 8 Beaufort, en ook bij onweer, hevige sneeuwval, hagel of ijzel. Artikel 7.23 lid 11 van het Arbobesluit staat werk op hoogte alleen toe als het weer de veiligheid niet in gevaar brengt.
Moet een steiger gekeurd worden?
Ja. Artikel 7.34 vraagt controle door een ter zake deskundige vóór ingebruikneming en opnieuw na elke wijziging, een periode zonder gebruik of abnormaal weer. Het A-blad noemt windkracht boven 8 Beaufort als zo'n moment.
Welk diploma heb je nodig om steigers te bouwen?
Het Arbobesluit eist een toereikende en specifieke opleiding, geen bepaald diploma. Het A-blad verwacht sinds 2017 een erkend mbo-diploma, zoals Monteur steigerbouw (niveau 2) of Eerste monteur steigerbouw (niveau 3), of een branchecertificaat.
Wat is een steigerkaart?
Een kaart in een houder bij de ladderopgang die laat zien of de steiger is opgeleverd en gecontroleerd. Tijdens de opbouw ontbreekt hij en staat er dat betreden verboden is.
Is VCA verplicht voor steigerbouwers?
Niet bij wet. Opdrachtgevers vragen het vaak; SSVV beheert het stelsel, en een VCA-diploma is tien jaar geldig.
Bronnen
De primaire bronnen van dit artikel, met de datum waarop elke bron is gelezen.
- Wetten.overheid.nl: Arbeidsomstandighedenbesluit (geldend vanaf 1 augustus 2026), art. 2.27, 2.28, 3.16, 7.23–7.23d en 7.34 (gelezen 23 oktober 2026)
- Wetten.overheid.nl: Arbeidsomstandighedenwet, art. 28 en 28a (stillegging van het werk) (gelezen 23 oktober 2026)
- Volandis: A-blad Steigerbouwen (pdf, november 2020) (gelezen 23 oktober 2026)
- SBB: certificaatsupplement Monteur steigerbouw (crebo 25127, pdf) (gelezen 23 oktober 2026)
- SBB: certificaatsupplement Eerste monteur steigerbouw (crebo 25126, pdf) (gelezen 23 oktober 2026)
- Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV): VCA en persoonscertificering (gelezen 23 oktober 2026)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Rolsteigers (gelezen 23 oktober 2026)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Toetsing arbocatalogus (gelezen 23 oktober 2026)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Bouwprocesbepalingen (gelezen 23 oktober 2026)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Arbeidsongevallen (gelezen 23 oktober 2026)
- Openbaar Ministerie: Onveilig werken in de bouw schering en inslag (27 maart 2023) (gelezen 23 oktober 2026)