Gids
Belastingklassen en breedteklassen van steigers in Nederland
Op de opleveringslijst staat een vakje voor de belastingklasse, met drie keuzes: 2, 4 of 6. Wat die cijfers betekenen, welke klasse metselwerk vraagt en wanneer de fabrikant of een constructeur het laatste woord heeft, staat hieronder.
Door Ole Emil Frikstad Urstad · Zo worden de cijfers berekend ·

Welke belastingklasse heeft een steiger nodig?
NEN-EN 12811-1 kent zes klassen, van 0,75 tot 6,0 kN/m². Volgens het A-blad Steigerbouwen is klasse 4 (3,0 kN/m²) in de nieuwbouw het meest gebruikt, geschikt voor metselwerk met materiaalopslag; een opslagsteiger is klasse 6. Boven 3 kN/m² vloerbelasting geldt de steiger als complexe configuratie en rekent een constructeur.
Wat betekenen klasse 1 tot 6?
De klassen komen uit NEN-EN 12811-1, de Europese ontwerpnorm voor werksteigers. Een klasse is een belofte over wat een vloer in één vak mag dragen: een gelijkmatig verdeelde last en daarnaast een puntlast op een vlak van 50 × 50 cm. Volgens het overzicht van Baunetz Wissen ziet dat er zo uit:
| Klasse | Gelijkmatig verdeeld | Puntlast 50 × 50 cm | Bedoeld voor |
|---|---|---|---|
| 1 | 0,75 kN/m² | 1,5 kN | Alleen inspectie |
| 2 | 1,50 kN/m² | 1,5 kN | Werk zonder opslag van materiaal |
| 3 | 2,00 kN/m² | 1,5 kN | Opslag van lichte materialen |
| 4 | 3,00 kN/m² | 3,0 kN | Opslag van zware materialen |
| 5 | 4,50 kN/m² | 3,0 kN | Opslag van zware materialen |
| 6 | 6,00 kN/m² | 3,0 kN | Opslag van zware materialen |
Eén kN is ruwweg 100 kg, dus klasse 4 komt neer op ongeveer 300 kg per m². De periodieke checklist in bijlage 6 van het A-blad Steigerbouwen zet die omrekening er zelf bij: klasse 2 is 150 kg/m², klasse 4 is 300 kg/m². Voor de klassen 4 tot 6 kent de norm ook een hogere last op een deel van het vak, van 5,0 tot 10,0 kN/m², zodat een stapel stenen op één plek mag als de rest van het vak minder draagt.
Klasse 3 of klasse 4 voor metselwerk?
Voor metselwerk met steenpakketten noemt het A-blad klasse 4, niet klasse 3. In het hoofdstuk over het gebruik van de steiger staat: de meest voorkomende steigerklasse in de nieuwbouw is klasse 4, 3,0 kN/m², geschikt voor bijvoorbeeld metselwerk inclusief materiaalopslag. Het A-blad laat de keuze afhangen van drie vragen:
- Wordt er met steenpakketten gewerkt?
- Worden er uitbouwconsoles toegepast?
- Hoeveel vloeren worden er tegelijk belast?
Klasse 3 past bij werk waar alleen lichte materialen op de vloer staan. Zodra pakketten stenen of lijmblokken op de steiger worden gezet, is klasse 4 het vertrekpunt.
De grens van 3 kN/m²
Klasse 4 is in Nederland ook een grens. In bijlage 2 van het A-blad staat een vloerbelasting boven 3 kN/m² in de lijst van afwijkende configuraties; wat dat voor de berekening betekent, staat in onze uitleg van de regels voor steigers. Kort gezegd: klasse 5 of 6 haal je niet uit een standaardschema, die laat je rekenen. Het Werkplan Steigers in bijlage 3 noemt de opslagsteiger expliciet met steigerklasse 6, naast een vakje waar de klasse volgens EN 12811 moet worden ingevuld.

Wat zegt het A-blad over werken op een verhoogde vloer?
Metselaars werken vaak vanaf een werkplekverhoging op de steigervloer. Het A-blad geeft daarvoor eigen maten die met de klasse samenhangen, omdat een hulpsteiger ruimte en last op de werkvloer inneemt:
- de vrije stahoogte is minstens 1,90 m;
- de vloer van de hulpsteiger is minstens 0,6 m breed, behalve bij een metselboy: dan 0,4 m;
- de vrije loopruimte op de steigervloer blijft minstens 0,6 m breed;
- het leuningwerk wordt verhoogd tot minstens 1 m boven de vloer van de hulpsteiger.
Een metselsteiger is volgens bijlage 8 een gevelsteiger met een uitbouw of console aan de gevelzijde. Die console, de metselboy en het stenenpakket staan allemaal op dezelfde vloer, en dat is precies waarom het A-blad klasse 4 noemt.
Wat zijn breedteklassen W06 tot W24?
Naast de belastingklasse heeft elke steigervloer een breedteklasse. Baunetz Wissen beschrijft er zeven, in stappen van 30 cm van 0,60 m tot 2,40 m, aangeduid met een W en twee cijfers. De breedte is die van de hele vloer, inclusief de kantplank, die voor hoogstens 30 mm meetelt. Baunetz Wissen en de Duitse DGUV Information 201-011 koppelen de klassen 4 tot 6 aan minstens W09 (0,90 m). Dat is Duitse praktijk: de toelating van de Super 65 hieronder geeft een frame van 0,65 m met aluminium vloer toch klasse 6 per vloer, dus beslissend is wat de fabrikant voor de gebouwde configuratie aantoont. Een frame met een vloer van zo'n 0,7 m valt in W06.
Het A-blad gebruikt geen W-codes, maar kent wel twee breedtematen die in Nederland tellen. De vrije loopruimte van 0,6 m hierboven geldt ook als er materiaal staat. En een gevelsteiger breder dan 1,60 m, de console niet meegerekend, valt in bijlage 2 onder de afwijkende configuraties. Vloerverbreding met uitbouwconsoles staat in bijlage 2 van het A-blad bij de afwijkende configuraties, tenzij het een standaardconfiguratie betreft (voetnoot 1); daarbuiten kijkt een constructeur mee.
Hoe lees je een steigeraanduiding volgens EN 12810?
Op tekeningen en in handleidingen staan klasse, breedte en vaklengte vaak samen in één regel. Baunetz Wissen geeft als voorbeeld «Gerüst EN 12810 – 4 D – SW09/250 – H1 – B – LS». Daarin staat EN 12810 voor een systeemsteiger volgens EN 12810-1, 4 voor belastingklasse 4 en D voor een vloer die met valproeven is ontworpen (N: zonder). SW09/250 is breedteklasse W09 met vakken van 2,50 m, H1 de klasse voor de vrije doorgangshoogte, B een beklede steiger (A: zonder bekleding) en LS toegang met ladder én trap (LA alleen ladder, ST alleen trap). De oude Duitse aanduiding volgens DIN 4420 geldt volgens Baunetz als verouderd.
Waarom haalt hetzelfde systeem verschillende klassen?
Omdat de klasse bij een configuratie hoort, niet bij een merk. De fabrikant legt per vloertype en vaklengte vast wat bewezen is. Een goed voorbeeld is de Scafom-rux Super 65, een framesteiger met staande frames van 0,65 m breed. De Duitse bouwtechnische toelating Z-8.1-185.1.pdf) van 30 juni 2023, geldig tot 5 januari 2027, geeft per vloer de hoogste klasse die bij elke vaklengte is aangetoond:
| Vloer | Vaklengte 2,0 m of minder | 2,5 m | 3,0 m |
|---|---|---|---|
| Steigerdeel van hout | klasse 5 | klasse 4 | klasse 3 |
| Profielplank van hout | – | klasse 5 | klasse 4 |
| Aluminium vloer | klasse 6 | klasse 6 | klasse 5 |
De standaarduitvoering van datzelfde systeem, de configuratie die zonder extra berekening mag worden gebouwd, geldt alleen voor klasse 3 of lager, met vakken tot 3,0 m, tot 24 m hoogte plus de uitschuiflengte van de spindel, berekend voor werken op één steigerlaag (EN 12811-1, 6.2.9.2) en met een windlast die uitgaat van hoogstens twee jaar staan. Een aluminium vloer van klasse 5 maakt de steiger dus niet klasse 5: de standaarduitvoering als geheel, met frames, verankering en ondersteuning, is alleen voor klasse 3 aangetoond. Een metselsteiger van klasse 4 op dit systeem valt daarmee buiten de standaardconfiguratie van de fabrikant. Het A-blad zegt bij bijlage 3 dat de fabrikant of leverancier de rol van constructeur vervult zolang je volgens zijn standaardconfiguratie bouwt; daarbuiten heb je een eigen berekening nodig.
Hoe controleer je de belasting op de bouwplaats?
Het Arbobesluit legt de belasting op twee plekken vast. Monteurs moeten volgens artikel 7.23b lid 9 onder e zijn opgeleid in de toelaatbare belasting. En artikel 7.34 lid 2 zegt dat een steiger niet mag worden overbelast en dat lasten zo gelijkmatig mogelijk over de steiger worden verdeeld. In de praktijk gaat de vraag over de belasting mee in elke periodieke inspectie: bijlage 6 vraagt of de steiger met maximaal de toegestane belasting is belast.
Het A-blad zet overbelasting bovenaan de oorzaken van een bezweken steiger, door opslag van materiaal en gereedschap, maar ook door sneeuw, juist als het regent en er een laag pap op de vloer ligt. Sneeuw telt dus mee in dezelfde klasse als de stenen: een vloer kan in de winter al zwaar belast zijn voordat er materiaal op staat.
Welke fouten zie je het vaakst?
- Klasse 3 aanhouden voor metselwerk. Het A-blad noemt klasse 4 voor metselwerk met opslag.
- De vloerklasse lezen als steigerklasse. In de Super 65-tabel haalt een aluminium vloer klasse 5 of 6, terwijl de standaarduitvoering op klasse 3 is aangetoond.
- Alle vloeren tegelijk beladen. Het A-blad vraagt hoeveel vloeren worden belast, en de standaarduitvoering hierboven rekent met één werkvloer. Bijlage 2 van het A-blad noemt "per steigervak meer dan één vol belaste vloer" als afwijkende configuratie.
- Geen loopruimte naast het werk. Naast werkplekverhoging en stenen blijft minstens 0,6 m vrije loopruimte (A-blad).
Wat er bij oplevering en tijdens het gebruik wordt gecontroleerd, staat in de checklist voor steigerinspectie. ScaFix toont per steigersysteem welke vaklengtes er zijn, zodat kortere vakken voor een zware gevel meteen in het model en de materiaallijst zichtbaar worden, maar kent zelf geen klasse toe en keurt er geen goed.
Dit is planningsinformatie, geen sterkteberekening. Welke klasse een steiger mag dragen, volgt uit de goedkeuring en de montagehandleiding van de fabrikant voor de gebouwde configuratie, of uit de berekening van een constructeur (Arbobesluit art. 7.23b lid 1). Het A-blad Steigerbouwen is de brancheafspraak bij de Arbocatalogus bouw en infra, en een ter zake deskundige controleert de steiger vóór gebruik.
Veelgestelde vragen
Hoeveel kilo mag op een steiger van klasse 4?
Klasse 4 staat voor 3,0 kN/m², ongeveer 300 kg per m² gelijkmatig verdeeld, en een puntlast van 3,0 kN op 50 × 50 cm. Mensen, gereedschap en materiaal tellen allemaal mee.
Welke steigerklasse is nodig voor metselwerk?
Het A-blad Steigerbouwen noemt klasse 4 (3,0 kN/m²) als de meest voorkomende klasse in de nieuwbouw, geschikt voor metselwerk met materiaalopslag. Zwaardere klassen vallen buiten de standaard en vragen een berekening.
Wat is een opslagsteiger?
Een steiger die bedoeld is om materiaal op te slaan. Het Werkplan Steigers in bijlage 3 van het A-blad koppelt hem aan steigerklasse 6, de zwaarste klasse uit de norm.
Wat betekent W06 bij een steiger?
W06 is de smalste van de zeven breedteklassen: een vloer vanaf 0,60 m breed, kantplank meegerekend. Duitse richtlijnen vragen voor klasse 4 tot 6 minstens W09; in Nederland beslist de goedkeuring van de fabrikant.
Kan ik een steiger van klasse 3 zwaarder belasten met kortere vakken?
Alleen als de goedkeuring van de fabrikant of een berekening dat dekt. Kortere vakken en sterkere vloeren verhogen de vloerklasse, maar de standaardconfiguratie van het systeem kan op een lagere klasse zijn aangetoond.
Bronnen
De primaire bronnen van dit artikel, met de datum waarop elke bron is gelezen.
- Volandis: A-blad Steigerbouwen (pdf), Belasting van de steiger, Werkplekverhoging, bijlage 2, 3, 5 en 6 (gelezen 24 oktober 2026)
- Baunetz Wissen: Gerüstklassen (Lastklassen, Breitenklassen, Höhenklassen) (gelezen 24 oktober 2026)
- Baunetz Wissen: Gerüstbezeichnung nach DIN (gelezen 24 oktober 2026)
- DGUV Information 201-011, 6.1 en 6.1.2: Breitenklassen, mindestens W09 für Lastklassen 4 bis 6 (gelezen 24 oktober 2026)
- DIBt Z-8.1-185.1: RUX Schnellbaugerüst Super 65, Scafom-rux GmbH (bescheid van 30 juni 2023, geldig tot 5 januari 2027).pdf) (gelezen 24 oktober 2026)
- Wetten.overheid.nl: Arbeidsomstandighedenbesluit (geldend vanaf 1 augustus 2026), art. 7.23b en 7.34 (gelezen 24 oktober 2026)