Veiligheid
Checklist voor steigerinspectie: oplevering, periodieke inspectie en steigerkaart
Een steiger mag pas in gebruik als iemand die er verstand van heeft hem heeft bekeken, en dat moet je later kunnen aantonen. Deze checklist volgt de twee voorbeeldlijsten uit het A-blad Steigerbouwen en zegt per moment wie kijkt en wie tekent.
Door Ole Emil Frikstad Urstad · Zo worden de cijfers berekend ·

Hoe vaak moet een steiger worden geïnspecteerd?
Artikel 7.34 van het Arbobesluit eist controle door een ter zake deskundige vóór ingebruikneming en na wijzigingen, stilstand of zwaar weer, maar noemt geen vaste termijn. Het A-blad Steigerbouwen vult dat in: in de bouw in de regel minstens elke twee weken, in de industrie bij een ongewijzigde steiger hoogstens drie maanden tussen twee inspecties.
Keuring of controle: welke regel geldt voor een steiger?
Op de bouwplaats heet het keuren; artikel 7.34 spreekt van controleren, en dat verschil is niet alleen taal. Het Arbobesluit kent in artikel 7.4a een algemene keuringsplicht voor arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid van de installatie afhangt, uitgevoerd door een deskundige persoon of instelling. Lid 8 verklaart de eerste vijf leden niet van toepassing op steigers waarop artikel 7.34 van toepassing is. Voor een steiger op de bouwplaats geldt dus artikel 7.34: een ter zake deskundig persoon controleert de veiligheid van de constructie. Een keuringsinstelling is niet voorgeschreven; het A-blad legt de periodieke inspectie bij een opgeleide inspecteur steigerbouw of een 1e monteur.
Welke momenten artikel 7.34 noemt en wat artikel 7.23b over berekening en opbouw vraagt, staat in onze uitleg van de regels voor steigers. Hier gaat het om de uitvoering: wie de lijst afloopt, welke punten erop staan en wat er gebeurt bij een afwijking. Die uitvoering staat in het A-blad Steigerbouwen van Volandis. Het A-blad (tweede druk 2018) kan volgens de eigen tekst onderdeel gaan uitmaken van de Arbocatalogus bouw en infra, en een getoetste arbocatalogus geldt volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie bij een inspectie als referentie voor de handhaving.
Wie mag een steiger inspecteren en vrijgeven?
Het A-blad verdeelt het werk over vier rollen. De wet zegt alleen dat er een ter zake deskundige moet zijn; het A-blad legt vast wie dat in welke fase is.
| Rol in het A-blad | Wat hij bij inspectie doet |
|---|---|
| Inspecteur steigerbouw (steigerinspecteur) | Neemt de steiger af, inspecteert en geeft vrij; moet zowel standaardconfiguraties als complexe configuraties kunnen beoordelen |
| Voorman steigerbouw | Controleert en draagt over, ook steigers met een hoge moeilijkheidsgraad |
| 1e monteur steigerbouw | Controleert standaardconfiguraties, levert steigers met een lage moeilijkheidsgraad op en kan op verzoek van een klant een gebruikersinspectie doen |
| Toezichthouder steigergebruik | Heet in de wet ter zake deskundig persoon; houdt toezicht tijdens het gebruik |
Voor die toezichthouder tijdens het gebruik wijst de wet geen partij aan. Het A-blad is daar nuchter over: elke werkgever die zijn mensen op de steiger zet, controleert of een ander die rol goed invult, of vult hem zelf in. Dat geldt ook voor opdrachtgevers die vanaf een steiger laten inspecteren en voor zelfstandigen.
Het mbo-diploma van de eerste monteur sluit hierop aan. Het certificaatsupplement van SBB noemt als kerntaak 3 het beoordelen van steigers, het overdragen voor keuring, het verhelpen van onvolkomenheden en het gereedmelden van de steiger.

Wanneer wordt de steiger geïnspecteerd?
De periodieke inspectie is volgens het A-blad de verantwoordelijkheid van de gebruiker, en wordt gedaan door een opgeleide inspecteur steigerbouw of een 1e monteur. De frequentie per project volgt uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
| Moment | Wat er gebeurt | Bron |
|---|---|---|
| Steiger of afgesproken deel gereed | Oplevering met de checklist uit bijlage 5, twee handtekeningen | A-blad, fase 2 |
| Bouwsector, tijdens gebruik | In de regel minstens elke 2 weken, vanwege de intensiteit van het gebruik | A-blad, fase 3 |
| Industrie, of geen veranderingen aan of rond de steiger | Hoogstens 3 maanden tussen twee inspecties | A-blad, fase 3 |
| Na een aanpassing | Opnieuw de opleveringsprocedure | A-blad, fase 3 |
| Omgeving veranderd | Bijvoorbeeld ontgraving bij de staandervoeten of bemaling van de bouwput | A-blad, fase 3 |
| Na een gebeurtenis | Aanrijding, ontploffing, brand, beving, of storm boven 8 Beaufort | A-blad, fase 3 |
De lijst laat zien waar het tweewekelijkse ritme vandaan komt: niet uit de wet, maar uit de branche. Wie in de industrie een steiger maanden laat staan, mag het interval rekken tot drie maanden, zolang er aan en rond de steiger niets verandert.
Checklist bij oplevering: de 17 punten van bijlage 5
Bijlage 5 is een voorbeeld, maar geen vrijblijvend voorbeeld. Een bedrijf of opdrachtgever mag punten toevoegen, de genoemde punten moeten altijd worden beoordeeld: meer mag, minder niet. Bovenaan staan opdrachtgever, locatie, projectonderdeel, wie de inspectie deed met naam en functie, de inspectiedatum, het steigertype en de belastingklasse (2, 4 of 6). Daarna komen 17 vragen. Ze lopen van de ondergrond en de voetspindels via staanderafstanden, liggers, diagonalen en verankeringen naar de vloeren, de afstand tussen werkvloer en gevel, de toegang en de procedure. Letterlijk luiden ze:
- Is de steiger gebouwd volgens tekening (of volgens standaardconfiguratie)?
- Staat de steiger op draagkrachtige ondergrond?
- Staan de staanders op voetplaten of voetspindels?
- Is de onderste ligger correct aangebracht?
- Zijn de staanderafstanden uitgevoerd volgens tekening (of standaardconfiguratie)?
- Zijn de liggers aangebracht volgens tekening (of volgens standaardconfiguratie)?
- Zijn de diagonalen aangebracht volgens tekening (of volgens standaardconfiguratie)?
- Zijn de verankeringen aangebracht volgens tekening (of standaardconfiguratie)?
- Zijn alle vloeren dichtgelegd?
- Zijn de leuningen en kantplanken aangebracht?
- Zijn alle vloeren veilig toegankelijk?
- Is het overtollig materieel opgeruimd?
- Is het steigerkaartsysteem/de opleveringsprocedure goed uitgevoerd?
- Zijn de liftstopplaatsen ingericht volgens tekening?
- Is de afstand tussen werkvloer en gevel (of object) maximaal 15 cm?
- Is er sprake van een veiligheidsmarkering/afzetting?
- Zijn speciale constructies uitgevoerd volgens tekening?
Elke vraag krijgt ja, nee of niet van toepassing. Eén nee betekent dat de steiger niet in gebruik gaat tot de afwijking is verholpen. Lukt verhelpen volgens de voorschriften niet, dan schrijf je onderaan per afwijking op welke maatregel is getroffen zodat er toch veilig kan worden gewerkt. De lijst wordt ondertekend door een vertegenwoordiger van het montagebedrijf en een vertegenwoordiger van de afnemer.
Checklist voor de periodieke inspectie: bijlage 6
De periodieke lijst kijkt anders. Bij oplevering vraag je of de steiger klopt met de tekening; bij de periodieke inspectie vraag je wat de gebruikers er sindsdien mee hebben gedaan. Bijlage 6 telt 16 punten:
- staanders op spindels of voetplaten met onderslagen die de druk goed verdelen, en een ondergrond die nog voldoende draagt;
- geen graafwerk onder of vlak naast de steiger;
- een begaanbare en beveiligde opgang, ladders onder de juiste hoek die 1 meter boven de vloer uitsteken, en een klaphekje bij de toegang tot de werkvloer;
- een vloer die overal dicht is en vrij van obstakels;
- alle leuningen, kantplanken, diagonalen en verankeringen nog aanwezig, de verankeringen volgens het verankeringspatroon;
- een belasting binnen de toegestane klasse: klasse 2 is 1,5 kN/m² (150 kg/m²), klasse 4 is 3 kN/m² (300 kg/m²);
- bij elke opgang een steigerlabel met de benodigde informatie over de steiger;
- overtollig materiaal en afval opgeruimd, en liftopstelplaatsen volgens tekening.
Voor het graafwerk geeft het A-blad zelf de maat waarmee je de vraag beantwoordt. Tussen het buitenvlak van de steiger en een sleuf blijft bij ongeroerde grond minstens 0,5 m en bij geroerde grond 0,6 m. Het talud is bij ongeroerde grond niet steiler dan 1,25:1 en bij geroerde grond niet steiler dan 1:1. Ook met een grondkerende constructie blijft 0,5 m afstand. Een sleuf die dichterbij ligt, is een nee op de lijst.
Wat bekijkt de gebruiker zelf vóór het betreden?
Naast de inspectie door de deskundige kent het A-blad een gebruikscontrole: een lekenbeoordeling die elke gebruiker zou moeten doen voordat hij de steiger op gaat. Hij kijkt naar de ondersteuning van de staanders, een regelmatig verankeringspatroon, dichtgelegde werkvloeren, dubbele leuningen en kantplanken, een regelmatig patroon van schoren, veilig bereikbare werkvloeren en een werkvoorraad die de vloer niet overbelast of blokkeert. Het A-blad zegt er uitdrukkelijk bij dat deze snelle beoordeling geen deskundige inspectie vervangt. Het A-blad noemt werkoverleg en taakinstructie als moment om die beoordeling te bespreken.
Hoe leg je de inspectie vast, en wat als er iets mis is?
De uitkomst van elke inspectie gaat op de checklist en, als het project met steigerkaarten werkt, eventueel ook op de steigerkaart of scafftag. Zo kan later worden aangetoond dat de inspecties echt hebben plaatsgevonden.
Een gebrek wordt zo snel mogelijk hersteld. Zolang dat duurt, is het betreffende deel verboden terrein voor gebruikers: afzetten met lint en aangeven met steigerkaarten. Het Arbobesluit vraagt hetzelfde in artikel 7.23b lid 8, met waarschuwingssignalen en een fysieke afbakening van delen die niet gebruiksklaar zijn. Is de steiger daarna ogenschijnlijk weer klaar, dan volgt opnieuw de opleveringsprocedure; bij een complexe configuratie buiten de standaard wordt eerst teruggekoppeld naar de constructeur.
Twee regels uit het A-blad voorkomen dat de lijst na een week niet meer klopt. Aanpassingen aan een goedgekeurde steiger in gebruik zijn absoluut verboden, tenzij bevoegde personen ze doen, in beginsel het bedrijf dat de steiger heeft gemonteerd. En wat vooraf mag worden verplaatst, zoals consoles of een metselplatform, staat in het Werkplan Steigers. Een ScaFix-model laat zien waar volgens het plan ankers, vloeren en leuningen horen, zodat je het naast de tekening kunt leggen bij de rondgang; een inspectie is het niet.
En een rolsteiger?
Voor een rolsteiger bestaat een apart A-blad. Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie voldoe je aan de wettelijke eisen als je volgens dat A-blad werkt; een eigen methode mag ook, als je kunt aantonen dat die minstens hetzelfde beschermingsniveau biedt. Het niet volgen van de handleiding staat op haar lijst van veelvoorkomende oorzaken van ongevallen. Wat de klasse op de lijst betekent voor de belasting, staat in belastingklassen en breedteklassen van steigers.
Deze checklist is planningsinformatie, geen constructieve goedkeuring. Beslissend zijn het Arbobesluit op wetten.overheid.nl, het A-blad Steigerbouwen met de Richtlijn Steigers en de montagehandleiding van de fabrikant. Een ter zake deskundige controleert de steiger vóór gebruik (art. 7.34), en de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft op het Arbobesluit.
Veelgestelde vragen
Moet een steiger elke twee weken gekeurd worden?
De wet noemt geen termijn, alleen momenten zoals vóór ingebruikneming en na een wijziging. Het A-blad Steigerbouwen houdt voor de bouw in de regel minstens één inspectie per twee weken aan, voor de industrie bij een ongewijzigde steiger hoogstens drie maanden.
Geldt de keuringsplicht van artikel 7.4a ook voor steigers?
Nee. Lid 8 van artikel 7.4a sluit de eerste vijf leden uit voor steigers die onder artikel 7.34 vallen. Daar controleert een ter zake deskundig persoon, zonder verplichte keuringsinstelling.
Wie mag een steiger vrijgeven voor gebruik?
Volgens het A-blad de inspecteur steigerbouw, of binnen hun bevoegdheid de voorman en de 1e monteur. De 1e monteur levert alleen steigers met een lage moeilijkheidsgraad op; een hoge moeilijkheidsgraad is voor de voorman.
Wat staat er op een opleveringschecklist voor een steiger?
Bijlage 5 van het A-blad vraagt 17 punten, van ondergrond en verankering tot vloeren, leuningen, de maximaal 15 cm tussen werkvloer en gevel en het steigerkaartsysteem. Bedrijven mogen punten toevoegen, niet weglaten.
Is een steigerkaart verplicht?
Het Arbobesluit eist dat delen die niet gebruiksklaar zijn worden gemarkeerd en afgezet. De steigerkaart is de brancheprocedure uit het A-blad, en de periodieke checklist vraagt bij elke opgang een steigerlabel.
Bronnen
De primaire bronnen van dit artikel, met de datum waarop elke bron is gelezen.
- Wetten.overheid.nl: Arbeidsomstandighedenbesluit (geldend vanaf 1 augustus 2026), art. 7.4a, 7.23b en 7.34 (gelezen 24 oktober 2026)
- Volandis: A-blad Steigerbouwen (pdf), fase 2 en 3, bijlage 5 en 6 (gelezen 24 oktober 2026)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Toetsing arbocatalogus (gelezen 24 oktober 2026)
- SBB: certificaatsupplement Eerste monteur steigerbouw (crebo 25126, pdf) (gelezen 24 oktober 2026)
- Nederlandse Arbeidsinspectie: Rolsteigers (gelezen 24 oktober 2026)